Bekrachtiging archeologienota’s en nota’s

De onroerenderfgoedgemeenten aangesloten bij de deelwerking onroerend erfgoed van Erfgoed Noorderkempen zijn bevoegd voor de bekrachtiging van archeologienota’s en nota’s. Ze laten zich hierbij ondersteunen door de IOED.

ARCHEOLOGIENOTA NODIG?

Als je voor een bouwproject een stedenbouwkundige vergunning of een verkavelingsvergunning nodig hebt, ben je in bepaalde gevallen verplicht om een bekrachtigde archeologienota toe te voegen aan je vergunningsaanvraag. Dit is onder meer afhankelijk van:

  • de totale oppervlakte van de betrokken percelen;
  • de oppervlakte van de geplande bodemingrepen;
  • de ruimtelijke bestemming van het terrein;
  • de ligging binnen of buiten een archeologische zone uit de vastgestelde inventaris;
  • de ligging binnen of buiten een beschermde archeologische site.

Voor stedenbouwkundige vergunningen (artikel 5.4.1 van het Onroerenderfgoeddecreet) en voor verkavelingsvergunningen (artikel 5.4.2 van Onroerenderfgoeddecreet) zijn de criteria en drempels verschillend. In een notedop komt het hier op neer:

Type Bodemingreep Plangebied
Publiekrechterlijke aanvrager 1000 m² 3000 m²
SBV woon & recreatiegebied 1000 m² 3000 m²
Verkaveling (wonen & industrie) 3000 m²
Landbouwgebied 5000 m²
Industriegebied 5000 m²
Archeologische Zone 100 m² 300 m²
Beschermde Archeologische Zone Altijd
Zone waar geen archeologie te verwachten valt Nooit
Binnen gabarit bestaande lijninfrastructuur Nooit

Om na te gaan of archeologisch onderzoek in jouw situatie verplicht is, heeft het agentschap een beslissingsboom opgesteld. Via het geoportaal van Onroerend Erfgoed kan je opzoeken of het terrein zich situeert in een beschermde archeologische site, in een vastgestelde archeologische zone of in een gebied waar geen archeologisch erfgoed te verwachten valt.

Geraak je er nog niet wijs uit? De diensten Ruimtelijke Ordening en de archeologen van Erfgoed Noorderkempen kunnen u ongetwijfeld verder helpen.

VERSCHILLENDE SOORTEN ARCHEOLOGIENOTA’S

In het Onroerenderfgoeddecreet is er -conform het Verdrag van Malta- vanuit gegaan dat archeologisch vooronderzoek het beste voorafgaand aan de opmaak van de bouwplannen wordt uitgevoerd. In de archeologienota worden de resultaten van dit vooronderzoek gepresenteerd en in het bijhorende programma van maatregelen bepaalt de erkende archeoloog of verder onderzoek door middel van een opgraving nodig is.

Soms is het echter niet mogelijk of wenselijk om op voorhand een vooronderzoek met ingreep in de bodem te laten uitvoeren. In dat geval zal de erkende archeoloog door middel van een bureauonderzoek, eventueel aangevuld met een booronderzoek, bepalen welke onderzoeken er nog na het indienen van de vergunningsaanvraag dienen te gebeuren. De resultaten van het dit aanvullend vooronderzoek worden gebundeld in een nota, waarvan het programma van maatregelen eveneens wordt bekrachtigd.

In het programma van maatregelen worden de eventuele aanwezige archeologische waarden altijd afgewogen ten opzichte van de impact op de bodem van de geplande bouwwerken. Het is daarom belangrijk dat je hierover duidelijke en realistische informatie doorgeeft van de dieptes van de geplande ontgravingen aan de erkende archeoloog. Indien de plannen tussendoor nog wijzigen, moeten deze aanpassingen ook opgenomen worden in de archeologienota.

 

BEKRACHTIGING ARCHEOLOGIENOTA’S

De erkende archeoloog dient de archeologienota of nota in via het archeologieportaal van het agentschap Onroerend Erfgoed, waar ook de onroerenderfgoedgemeenten toegang tot hebben. Binnen de 21 dagen behandelt de onroerenderfgoedgemeente uw aanvraag. Daarbij wordt de archeologienota of nota getoetst aan de decretale vereisten en de Code van Goede Praktijk voor de uitvoering van archeologisch onderzoek.

Als de archeologienota hieraan voldoet kan hij zonder meer worden bekrachtigd. Indien er kleine inhoudelijke bemerkingen of aanvullingen op het programma van maatregelen nodig zijn voor een goede uitvoering ervan, zullen bij de bekrachtiging bijkomende voorwaarden worden gesteld. Indien de gemaakte inschatting echter niet kan gevolgd worden of de nota te onduidelijk is om kwalitatief vervolgonderzoek te garanderen, dan wordt de archeologienota geweigerd. Daarbij zal uitgebreid worden gemotiveerd op welke punten deze moet worden bijgestuurd, zodat snel een aangepaste versie kan worden ingediend.

Binnen de tien dagen na het aflopen van de termijn ontvangt u een berichtgeving per aangetekende zending. Bekrachtigde archeologienota’s kan u dan ook terugvinden op het archeologieloket.

DE PROCEDURE IN EEN NOTENDOP

Als initiatiefnemer dien je dus de volgende stappen te ondernemen:

  1. Bepalen of je al dan niet een archeologienota moet toevoegen aan je vergunningsaanvraag
  2. Aanstellen van een erkend archeoloog voor de opmaak van de archeologienota. Een lijst met erkende archeologen is hier terug te vinden. De meeste studiebureau’s zijn aangesloten bij de Vlaamse Ondernemers in de Archeologie (VONA). Op hun website zijn de contactgegevens van alle bedrijven terug te vinden. Zij maken voor u een archeologienota op en dienen deze in via het archeologieportaal.
  3. Toevoegen van de bekrachtigde archeologienota en de bijhorende bekrachtigingsbrief bij de vergunningsaanvraag. Deze kan u terugvinden op het archeologieloket. Let er op dat de werken met ingreep in de bodem in uw vergunningsaanvraag overeenkomen met de werken die zijn besproken in de archeologienota.
  4. Uitvoeren van het bekrachtigde programma van maatregelen. Dat wordt als bindende voorwaarde opgenomen in de vergunning. Indien bijkomend vooronderzoek of opgravingen nodig zijn,  dient u hiervoor een erkende archeoloog aan te stellen

Hou er dus rekening mee dat u voldoende tijd voorziet voor het archeologisch onderzoek binnen de planning van uw project.

 

Om het traject na indiening van een archeologienota vlotter te laten verlopen, raden de onroerenderfgoedgemeenten aan dat de erkende archeologen op voorhand contact opnemen met de erfgoedconsulenten van de IOED. Dit (informeel) vooroverleg zorgt ervoor dat er informatie kan worden uitgewisseld en eventuele onduidelijkheden worden afgetoetst. Het is echter de erkende archeoloog die aangeeft of er verder onderzoek nodig is en hoe dit moet worden uitgevoerd.