Koud buiten (maar toch warm onder de rokken)

Wim Tiri werkt als vrijwilliger in ons onroerenderfgoeddepot. Hij onderzocht vondsten van de opgraving aan de Jacobsmarkt in Turnhout en vertelt meer over dit specifiek type aardewerk:

Lollepot

We zijn tegenwoordig verwend, als het ergens koud is, zetten we de verwarming aan. Dat was vroeger wel anders. In de winter kon je het met gezin aan de haard gaan zitten, maar als je naar de kerk wilde, moest je de kou trotseren.

Echter, men was wel inventief. Zo was er de hengselpot of de lollepot, een vuurkorf die vrouwen in (voornamelijk) de 17de en de 18de eeuw gebruikten om zich te warmen. Deze cilindervormige pot met een brede vaak geperforeerde rand en een hoog hengsel, werd gevuld met hete kolen en vond een plekje onder de wijde, tot op de grond reikende rokken. Door de stof bleef de warmte tussen de benen bewaard.

De lollepot werd meegenomen naar de markt en de kerk of overal waar het koud was. Naar gelang de status had je lollepotten in koper of aardewerk. Deze laatsten waren haast enkel aan de buitenzijde van glazuur voorzien.

Dat er regelmatig een ongelukje gebeurde, waarbij de stof van de rokken in brand schoot of door de hitte de benen verschroeid raakten, hoeft niet vermeld te worden.

Prent rechtsboven: http://www.museumkontich.be/Sprokkels/Lollepot.htm