Bingo! Op onderzoek in De Kempenaar

Aan erfgoed doen vanuit je kot:  het is nog eens iets anders. Collega Stephan koos ervoor om voor de #erfgoedbingo eens in de digitale krantenarchieven te gaan pluizen. Die zijn sinds kort dankzij de Kempense erfgoedcellen online te raadplegen. Hierbij het relaas van zijn zoektocht.

De Kempenaar, een schat aan informatie

Omwille van de herkenbaarheid koos ik voor de Kempenaar, die in Turnhout uitgegeven werd.  Ik begon bij de vroegst beschikbare jaargang:  1846. De voorpagina blijkt bezaaid met aankondigingen.

Hofken van Plaisantie

Mijn oog viel direct op de verkoop van een “Hofken van Plaisantie”  door notaris Mermans. Uit de aankondiging valt op te maken dat het hof bestaat uit een ‘viskuyl en gebouw’, gelegen in de Vellekens in Turnhout, palend aan de Tichelarijstraat. Op het naastgelegen perceel staan woningen met hof en erf die ook te koop aangeboden worden. Ook de buren worden vermeld: ten zuiden het Gasthuis en ten westen J.B. Willekens. Het gebouw zelf heeft een keuken, twee bovenkamers, een zolder, een kelder en verdere geriefelijkheden. Onder de bovenkamers is een woning gelegen, vermoedelijk voor de conciërge. 

We beschikken tegenwoordig over veel oud kaartmateriaal dat digitaal beschikbaar is. Zo ook de Atlas der Buurtwegen van omstreeks 1850. En zowaar: ter hoogte van de Vellekens vinden we inderdaad een grotere woning met ten zuiden daarvan enkele kleinere aaneengeschakelde huizen. Alleen de visvijver blijkt niet van belang geweest te zijn voor de kaartenmakers. Verder speurwerk in het primitief kadaster leert dat het gaat om de onderste rij huizen. Deze zijn in 1834 eigendom van L. Denijs, Griffier in de rechtbank van Turnhout. Het zuidelijke deel is het hof van Plaisantie; het noordelijke de vermelde huizen.

Bomen te koop

Opvallend tussen de aankondigingen is ook de verkoop van bomen. Het gaat vaak om de verkoop van ‘mastbosch’, de typische grove den of Corsicaanse den die zo kenmerkend geworden zijn voor de Kempen en naar verluidt zijn ingevoerd door Adriaen Ghys van Vosselaar. Daarnaast wordt ook mastenstrooisel, mastendunsel en (steenbakkers)mutsaert aangeboden.  Boeren verkopen het schaerhout dat zich bij hun hoeve bevindt of de eikenbomen langsheen hun akkers. Deze vermeldingen illustreren de veelzijdige exploitatie van hout in die tijd.  Uit de oudste topografische kaarten van omstreeks 1873 leren we dat de hoeven en akkers waren omgeven door bomen of brede houtkanten. Deze dienden niet alleen om de weiden af te sluiten, maar ook voor de productie van stookhout als geriefhout. Gebieden die niet geschikt waren voor landbouw werden als hakhoutbossen gebruikt. Dit geraakte echter in onbruik door de opkomst van steenkool en prikkeldraad.

topokaart ingezoomd op de houtkanten aan Brooseinde

Mijn oog viel echter op een aankondiging in de krant van 31 januari 1846. Daarbij gaat J.B. Hendrickx populieren, essen, linden en canadapopulieren verkopen die zich op de gronden van zijn ‘blyk’ (blekerij) aan de Dijkzijde bevinden. Een deel van de gebouwen en grachten van deze – in oorsprong 18e-eeuwse – blekerij bestaan nog! In de inventaris van het bouwkundig erfgoed is te lezen dat Jan Hendrickx de gelijknamige blekerij aan de huidige Broekzijde in 1845 overnam van zijn vader.

advertentie uit De Kempenaar, 31/01/1846, Blekerij Hendrickx

Afbeelding 1 van 2

Alaam

Bij het verder snuisteren in latere jaargangen blijkt alvast dat de bijhorende prentjes geen tekeningen zijn van de betreffende gebouwen of bomen, maar meer dan 30 jaar onveranderd bleven.

In de editie van 22 januari 1870 kom ik zo op een aankondiging van de verkoping van ‘Haaf,  boerengerief en planken’. Mijn nieuwsgierigheid bij dit volledig onbekende woord is direct gewekt. Even googlen leert mij dat een haafkoopdag een openbare verkoop van alaam (landbouwgereedschap), meubels en andere inboedel. Sommige landelijke gilden houden deze traditie nog in eer. Uit de aankondiging blijkt dat ook de veestapel en voorraden onder het haaf dient gerekend te worden.

Er blijkt ook een ‘trijselmolen’ te worden verkocht. Een online beschikbaar doctoraat uit 1957 van A.P.J. Brouwers over de Vlasnijverheid in de taal. Een trijselmolen – ook wel wanmolen- blijkt een aangepaste versie van een kafmolen. In plaats van graankorrels te scheiden van het kaf, gebruikt men dezelfde techniek om het goede ‘bolzaad’ te scheiden van het vervuilde ‘baardzaad’. Tot in het begin van de 20ste eeuw werd er in de Kempen veel vlas verbouwd voor de productie van lijnwaad of linnen. De blekerijen of blijken zijn hier nog getuige van.  Of deze molen gebruikt is voor de bewerking van vlas is niet op te maken. Mogelijk gebruikte men de termen door elkaar.

Ik moet toegeven: tot nog toe had ik er niet bij stilgestaan dat er zoveel informatie over zowel ons onroerend als roerend erfgoed uit deze kranten te halen valt. Toegegeven:  de informatie is heel fragmentarisch. Maar nu komt de klap op de vuurpijl:  alle kranten zijn volledig doorzoekbaar! Door middel van de zoekfunctie vind je in een vingerknip alle vermeldingen van gelijk welk trefwoord terug.  Zo blijkt ‘trijselmolen’ voor te komen in de verschillende kranten vanaf 1865. Vermoedelijk besliste de krant om vanaf dan aankondigingen van uitverkopen op te nemen.  Onderzoekers van het kempens verleden:  een schatkamer aan gegevens wordt u op een presenteerblaadje aangereikt! Wordt ongetwijfeld vervolgd….

Strek je liever je benen en wil je op zoek gaan naar onroerend erfgoed in je buurt? Neem dan eerst eens een kijkje op het Geoportaal Onroerend Erfgoed en zoek naar monumenten en landschappen in je straat!