150 jaar Bels Lijntje: relaas van een turbulent bestaan

Dit jaar vieren we 150 jaar Bels lijntje – de spoorverbinding tussen Turnhout en Tilburg – die je vandaag kan terugvinden in de vorm van een fietspad. Maar wat was dat Bels lijntje nu precies? Hoe kwam het tot stand? Waarom kende deze spoorlijn niet het gewenste succes? Wat was de rol van het majestueuze grensstation te Weelde – Baarle-Nassau en wat kan je er vandaag de dag nog van terugvinden?

In aanloop tot de activiteiten van Amalia van Solms op Erfgoeddag, gaan we dieper in op de geschiedenis van het Bels Lijntje en gaan we op zoek naar wat overblijft van dit spoorwegerfgoed. Dit eerste bericht focust op het ontstaan en de ondergang van de spoorverbinding Turnhout-Tilburg, een turbulent verhaal.

Van een nationaal tot internationaal spoorwegnetwerk

In de 19de eeuw werd de trein als vervoersmiddel zeer populair. Na de Belgische onafhankelijkheid ontwikkelden de spoorwegen in België zich razendsnel. Het land werd goed ontsloten zowel in binnenland als met de buurlanden. De onderhandelingen over spooraansluitingen met Nederland begonnen circa 1845. Verschillende opties voor internationale verbindingen werden afgewogen, maar pas in 1855 was de eerste internationale spoorwegverbinding tussen België en Nederland een feit met de spoorlijn Antwerpen-Rotterdam.

Spoorlijn Turnhout-Tilburg

Na de aanleg van verschillende kanalen werd het echter tijd om de Kempen ook via spoorwegen te ontsluiten. Weer kwamen er verschillende plannen op tafel. Er werd geopperd om een aansluiting te maken vanuit Turnhout naar Breda, maar uiteindelijk werd gekozen voor Tilburg. Centra als Amsterdam, Utrecht en Den Bosch hadden hierop aangedrongen want zij wensten een snelle verbinding met industriële gebieden in België en Frankrijk.  Op het eerste zicht zou de spoorlijn vooral een internationale rol krijgen en om economische redenen gewenst zijn, mits de nodige belangrijke aansluitingen. Ook landbouw zou door deze spoorlijn gestimuleerd kunnen worden.

De dertig kilometer lange spoorlijn, waarvan 8 kilometer zich zou uitstrekken in België en 22 in Nederland, doorkruiste de gemeenten Turnhout, Weelde, Baarle-Nassau, de enclave Baarle-Hertog, Alphen, Riel en Tilburg. Daarvoor werden vier extra stations gebouwd: Alphen, Riel, Baarle-Nassau-Dorp en Weelde-Merksplas. Verder moesten er langs de lijn ook tal van wacht- en seinhuizen gebouwd worden.

Normaal gezien zou de nieuwe spoorlijn met veel feestelijkheden plechtig worden geopend, maar wegens het uitbreken van de cholera werd alles afgelast. De eerste trein stoomde op 1 oktober 1867 dus bijna onopgemerkt, van Turnhout naar Tilburg. Zo’n ritje duurde ongeveer een uur en reed drie keer per dag in elke richting.

Al snel werd echter duidelijk dat de verwachtingen over de lijn Turnhout-Tilburg te hoog gespannen waren. De activiteiten in sommige stations bleven reeds in de beginjaren beneden het verhoopte peil. Waarom kon deze spoorlijn, de kortste verbinding tussen Amsterdam en Parijs, zijn hoge verwachtingen niet inlossen? De eenheid in de exploitatie van de diverse spoorlijnen in de Kempen was totaal zoek. Wie verder dan Turnhout wilde reizen, kon niet rekenen op vlotte aansluitingen naar andere plaatsen in België, met vaak een verplichte overnachting in Turnhout als gevolg. Wanneer in 1882 de lijn Lier-Turnhout in handen komt van de Belgische staat, wordt gehoopt op een verbetering van de dienstregelingen. Tevergeefs want de concurrentiestrijd loopt verder en aansluitingen worden zo geregeld dat ze voor niemand goed uitkomen. Alle hoop werd nu gevestigd op de overname van de lijn Turnhout-Tilburg door de staat, dit gebeurde uiteindelijk pas aan het einde van de 19de eeuw. Opnieuw was er hoop, voornamelijk op betere aansluitingen en sneltreinen naar Antwerpen en Brussel. In tussentijd werden extra sporen en goederenloodsen aangelegd voor het goederentransport.

Uitbreiding op de grens tussen de stations Weelde en Baarle-Nassau

Om de lijn Antwerpen-Roosendaal deels te ontlasten vond in 1906 een grote uitbreiding plaats tussen de twee grensstations Weelde en Baarle-Nassau. Alles werd in gereedheid gebracht om een vlotte internationale dienst te kunnen voorzien om zo de plaats van de lijn Turnhout-Tilburg op internationaal vlak eindelijk te kunnen opeisen. Midden in de heide werd een majestueus station uit de grond gestampt (zie omslagfoto). Omdat de voorzieningen in dit station veel uitgebreider waren dan het station Weelde-Merksplas, moest er ook meer personeel gehuisvest worden. Samen met het nieuwe station, dat deels op Belgisch, deels op Nederlands grondgebied gelegen was, verschenen er dus talrijke woningen.

De opdracht voor de bouw van het nieuwe station en de dienstwoningen werd toevertrouwd aan ingenieur G. W. van Heukelom. Onder andere ook de ontwerper van het station van Roosendaal, de zes stations op de lijn Eindhoven-Weert, de stations te Maastricht en Utrecht,…

Opkomst van de tram: grote concurrent van het Bels Lijntje

Niet alleen spoorwegen werden aangelegd, ook een tramnetwerk werd ontsloten, de zogenaamde buurtspoorwegen. In 1909 opende een tramlijn die net zoals de trein van Turnhout naar Tilburg reed. De tram reed dan wel tegen een lagere snelheid, maar trambiljetten waren minder duur dan spoorwegkaartjes en de tramstations lagen in tegenstelling tot de spoorwegstations in het centrum van het dorp.

Wereldoorlog I als spelbreker

Door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werd het stationsemplacement Weelde -Baarle-Nassau met behulp van prikkeldraad – meer bekend als de Dodendraad – in tweeën gedeeld. De grens werd hermetisch afgesloten waardoor grensoverschrijdend treinverkeer onmogelijk werd. Ook de onderhandelingen die in 1912 waren begonnen over sneltreinen tussen Amsterdam en Brussel werden door de Eerste Wereldoorlog stopgezet.

Het einde van het Bels Lijntje

Na de Eerste Wereldoorlog hernam het treinverkeer zich opnieuw, maar de samenhang van alle bovengenoemde problemen en de opkomst van het
gemotoriseerde verkeer, gaven uiteindelijk de doodsteek aan deze lijn. Het Bels lijntje werd dus niet de verwachte grote internationale lijn, het bleef slechts een spoorlijn van lokaal belang.

In 1934 werd het personenvervoer op de lijn Turnhout-Tilburg afgeschaft. Het goederentransport liep gestaag verder tot in 1973. Ondertussen waren reeds verschillende stations, wachthuizen en spoorlijnen gesloopt. Het indrukwekkende station te Weelde – Baarle-Nassau verdween in 1959 onder de sloophamer…

Nog tot in de jaren ’80 reed een toeristische stoomtrein over de spoorlijn, maar wanneer ook deze de lijn niet meer langer kon gebruiken, werden alle resterende rails verwijderd.

De bedding van de opgebroken spoorweg werd omgetoverd tot een fietspad waardoor het Bels Lijntje vandaag nog steeds zichtbaar aanwezig is in het landschap. Reeds voor de officiële opening in 1990 werd het nieuwe fietspad al druk bereden en zijn populariteit nam met de jaren enkel toe. Het fietspad is dan ook gelegen in een prachtige omgeving en een fietstochtje meer dan waard!

Bibliografie:
SLEGERS J., Het Bels Lijntje. De geschiedenis van de spoorlijn Turnhout-Tilburg (1867-1992), Baarle-Nassau, 1992.

Foto’s:
Erfgoedbank Noorderkempen + eigen beeldmateriaal.

Meer weten? Volgende keer leest u binnen deze reeks meer over het ingenieuze spoorwegemplacement dat in 1906 gebouwd werd op de grens Weelde – Baarle-Nassau.